Scutellaria galericulata L.

Blauw glidkruid
SL. 1173

Scutellaria galericulata L.
Familie Lamiaceae.

Diagnostische kenmerken
Haren op de stengelribben omlaaggericht, ca. 0,2-0,3 mm lang. Bladen over de gehele lengte ondiep gekarteld-gezaagd. Bloemkroon 12-20 mm lang, diep paarsblauw met bleker honingmerk, zelden wit, met gebogen buis (buiging ca. 45┬░). Kelk ca. 4 mm lang.

Hoogte bloeiende plant
0,15-0,45 m.
Bloeitijd
Juni-september.
Levensvorm
Hemikryptofyt, Helofyt.

Standplaats
Meestal op natte, humeuze grond in riet- en zeggemoerassen, aan waterkanten, op drijftillen, in duinvalleien en moerasbossen en op vochtige, stenige plaatsen (bijv. sluismuren); ook op drogere, humusrijke plaatsen, vooral in de duinen.

Zeldzaamheid en verspreiding
Zeer algemeen in het Laagveendistrict en het aangrenzend Fluviatiel district, vrij algemeen in de Pleistocene districten; vrij zeldzaam in het Zuidlimburgs district en het Noordelijk kleidistrict, zeldzaam in het Estuari├źndistrict.
KFK 899.

Opmerking
Zie Scutellaria xhybrida Strail voor de bastaard met Scutellaria minor.

Deze soort wordt in de Sleutel uitgesleuteld op de volgende pagina('s):
Pagina 1181

%LABEL% (%SOURCE%)