Jacobaea erucifolia (L.) G.Gaertn., B.Mey. & Scherb.

Viltig kruiskruid
SL. 1185

Jacobaea erucifolia (L.) G.Gaertn., B.Mey. & Scherb.

Diagnostische kenmerken
Planten met kruipende wortelstok, deze op regelmatige afstand niet-bloeiende spruiten dragend. Bladslippen in 1 vlak geplaatst en met iets naar beneden gebogen randen, tenminste van onderen deels spinnenwebachtig behaard. omwindselbladen meestal zonder zwarte top. Alle nootjes dicht kort behaard (loep!). Lintbloemen zeer zelden ontbrekend.

Hoogte bloeiende plant
0,30-1,20 m.
Bloeitijd
Eind juli-september; begint later te bloeien dan Jacobaea vulgaris.
Levensvorm
Hemikryptofyt.

Standplaats
Op vochtige, kalkhoudende, grazige grond, vooral op beplante dijken en aan slootkanten; ook in kleiputten.

Zeldzaamheid en verspreiding
Algemeen in het Estuariëndistrict en het aangrenzend Laagveendistrict, vrij algemeen in het Fluviatiel district en het Noordfriese deel van het Noordelijk kleidistrict; vrij zeldzaam in het Zuidlimburgs district, elders zeer zeldzaam.
KFK 888.

Opmerking
Veel opgaven buiten het Estuariëndistrict, het Fluviatiel district, het Zuidlimburgs district en Noord-Friesland betreffen Jacobaea vulgaris. Deze laatste heeft geen wortelstokken en de bladslippen staan bij die soort niet alle in 1 vlak óf ze zijn ook aan de rand vlak; bovendien zijn bij Jacobaea vulgaris de omwindselbladen zwartgepunt.

Deze soort wordt in de Sleutel uitgesleuteld op de volgende pagina('s):


Pagina 1532

%LABEL% (%SOURCE%)